Zoals zoveel vaders, heb ik natuurlijk altijd de stille hoop gehad dat mijn zoon de nieuwe midvoor van het Nederlands Elftal zou worden. Echter, toen Felix zo’n twee jaar oud was, wist ik al dat dat er waarschijnlijk niet in zou zitten. Waar het buurjongetje op die leeftijd al in staat was om een bal met een rotschop tegen je kop aan te knallen, pakte Felix de bal altijd in z’n handen. Als hij dan een vliegje zag of een mooi bloemetje, liet hij de bal meteen weer vallen om op z’n knieën dat natuurwonder eens nader te bekijken. Niet bepaald verliefd op de bal dus.
Nu hij ruim zes is, weet hij dit ook. Hij heeft een grote rothekel aan voetballen. Om te doen. Samen naar FC Twente gaan vindt’ie daarentegen geweldig. Toen ik hem na zijn eerste bezoek met mij aan de Grolsch Veste vroeg wat hij nou het allerleukste vond, shockeerde hij mij met z’n antwoord, "het klapstoeltje, pap!". Buiten de klapstoeltjes om, gaat hij ook heel erg graag naar FC Twente toe. Volgens mij omdat een voetbalstadion zowat de enige plek is waar hij ongelimiteerd kei-hard mag schreeuwen, dat vindt’ie super. Natuurlijk heb ik hem wel zodanig opgevoed dat Ajax dood moet en Nkufo de plaatsvervanger van onze lieve heer op aarde is. Wat dat betref ben ik echt een heel goede vader.
Met Anne had ik het er al wel eens over gehad dat het voor Felix wel leuk zou zijn als hij op een sport zou gaan. Hij heeft een aan adhd grenzende bak met energie. Om ervoor te zorgen dat dat er niet alleen hier in de woonkamer uitkomt, kan sport een prima uitlaatklep zijn. Zelf denkt hij daar heel anders over, hij wil alleen maar drummen. Eerlijk gezegd herken ik dat wel; Felix is een soort mini-me. Ik vond het ook altijd veel leuker om muziek te maken. Ook ik vind het veel leuker om in het stadion te zitten dan op het gras te rennen.
Met de kapper hadden wij het ook wel eens gehad over de mis-match tussen Felix en sport. Zoals het hoort bij een echte kapper had hij een goed advies. Hij zit zelf op korfbal en volgens hem is dat een heel geschikte sport voor Felix. Dus ik zaterdag met een boze Felix naar nääs, een korfbalclub tweehonderd meter van huis. Felix had overduidelijk de pest in. Hij had thuis al luid en duidelijk laten weten dat hij korfbal enorm stom vond. Een lichte twijfel maakte zich van mij meester, maar een goede ouder pakt af toe door, dus gingen we toch. De weg ernaartoe heeft hij niets gezegd en zijn hoofd stond op onweer. Toen we het terrein van nääs opfietsten zag hij een springkussen staan. Als sneeuw voor de zon verdween zijn rotbui en twee tellen later stond hij tussen alle andere aspirant F-jes te springen. Toen hij ook nog een nääs T-shirt kreeg kon de lol al helemaal niet meer op. Felix was veranderd van een chagrijnige fietser in een echte korfballer.
Hoewel ik zelf ook niet echt het type van zo’n plastic mand op een hoge paal ben, moet ik eerlijk toegeven dat ze het erg leuk georganiseerd hadden. Er waren allemaal verschillede spelletjes en voor ik het wist, was Felix uit mijn blikveld verdwenen. Samen met andere nouveau nääs’ers rende hij rond en gooide hij met ballen. Als klap op de vuurpijl kreeg hij na afloop ook nog een heus getuigschrift, dus was hij officieel korfballer. Aan het einde van de middag wilde hij zelfs niet meer weg. Op de fiets terug naar huis was hij dus net zo boos als op de heenweg.
Donderdagavond heeft’ie z’n eerste training. Ik zal me er nu dus definitief bij moeten neerleggen dat Felix nooit een profvoetballer zal worden. Gelukkig heeft FC Twente tegenwoordig ook een heel aardig vrouwen voetbalelftal op het hoogste niveau en als je Jolie met een bal in de weer ziet, zou het mij niets verbazen als zij ooit in een kolkende Grolsch Veste een ereronde mag maken met de Europacup. Dat Felix en ik dan juichend op de tribune zitten, staat al vast.
2 reacties:
Mooi geschreven en leuk om te lezen Läslo!
Haha! Mocht mijn grootste angst uitkomen (dat Luuk WEL van voetballen houdt) dan mag je hem elke zondag lenen.
Een reactie plaatsen